duurzaamsucces

Wat maakt organisaties duurzaam succesvol?

Solidariteit en succes

Vorige week was ik aanwezig bij de promotie van mijn collega Erna Scholtes. Zij promoveerde op het onderzoek ‘Transparantie als icoon van een dolende overheid‘. Het begrip ‘transparantie’ is volgens Erna populair geworden in politiek en bestuur, maar de betekenis ervan is niet eenduidig. Erna hanteert zeven vertellingen om de verschillende betekenissen aan te tonen. Het begrip blijkt helemaal niet zo’n heilzame werking te hebben als verondersteld.  Transparantie is een fenomeen dat verheldert, uitlegt, toegankelijk maakt en richting geeft. Het zet aan tot anticiperen en tot reageren. Maar de (grotere hoeveelheid) informatie die transparant is gemaakt, selecteert en verhult net zo goed. Die ambiguïteit maakt transparantie tot een populair concept in verwarrende tijden, met name voor politici die het gebruiken voor inhoudelijke en politieke doeleinden. Daarom noemt Erna het ‘een icoon van een dolende overheid’. Bij de verdediging van haar proefschrift stelde één van de promotoren dat ‘transparantie’ als toverwoord na Erna’s vurige pleidooi dus wel heeft afgedaan. Hij vroeg Erna wat volgens haar het nieuwe goochelbegrip gaat worden. Erna dacht even na, en zei toen “misschien wel ‘solidariteit’…”. Dat zette me aan het denken.

Dit weekend is het Catshuisoverleg mislukt, direct gevolgd door het ontslag van het kabinet. Er zullen nieuwe verkiezingen volgen. En dat betekent dat de buzzwords weer hoogtijdagen zullen beleven. Een mooie toets of Erna gelijk krijgt. Ik denk van wel. En ik denk ook dat we daar niet veel wijzer van gaan worden. Een blik op de definitie van ‘solidariteit’ zegt genoeg: solidariteit betekent dat de leden van een groep een gemeenschappelijk belang onderschrijven, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Wie zijn ‘de leden’, wat is ‘de groep’, wat is ‘een gemeenschappelijk belang’,  wat houdt ‘onderschrijven’ in, wat houdt ‘ten gunste van’ in, wat is ‘soms’ en wat houdt ‘ten  koste van’ in? Inderdaad een heerlijk begrip voor politici om te gebruiken! Maar dat het begrip multi-interpretabel is, neemt niet weg dat het een belangrijk begrip is in de huidige tijd. Ook voor organisaties. Daar wil ik even bij stilstaan.

De Vara zendt momenteel een prachtige driedelige documentairereeks uit, getiteld Vrijheid, gelijkheid, broederschap. In de derde aflevering (broederschap) is een mooi voorbeeld te zien van hoe lastig het is om echt solidair te zijn. Het illustreert tevens fraai hoe we met elkaar een onwrikbaar construct kunnen maken, waar niemand blij mee is, maar waar ook niemand uitkomt. Aan de orde komt een stuk uit de documentaire ‘The yes men fix the world‘. Na de orkaan Katrina worden in New Orleans sociale huurwoningen ontruimd om plaats te maken voor dure koopappartementen. De markt zal ‘het probleem’ wel fixen. De sociale gevolgen zijn groot, maar niemand doet er iets aan. De ‘yes men’ besluiten in te grijpen en één van hen doet zich op een bijeenkomst met de projectontwikkelaars voor als ambtenaar van de gemeente. Hij vertelt dat de beoogde doelen niet gehaald worden, dat de gemeente het niet langer acceptabel vindt mensen op straat te zetten en dat ze daarom heeft besloten het project te stoppen. Wat gebeurt er? De projectontwikkelaars beginnen te applaudiseren! Ze lijken wel opgelucht! Het geld dat ze zouden verdienen gaat in rook op, maar toch zijn ze tevreden. Omdat het goede wordt gedaan. Omdat men solidair is. Klaarblijkelijk waren de partijen in dit systeem niet in staat zelf deze stap te zetten. Als een systeem eenmaal is ingeregeld, is het lastig te doorbreken!

De aflevering over ‘broederschap’ illustreert via verschillende invalshoeken dat de mens van nature een solidair dier is (zie ook mijn eerdere post: De kracht van de kudde). De systemen waar wij mensen mee te maken hebben, en die we zelf gecreëerd hebben, staan deze solidariteit echter veelal in de weg. We zijn solidair, maar als we ergens makkelijk mee weg kunnen komen en we worden er beter van, zijn we het net zo makkelijk niet. We zijn pas solidair als iedereen het is. En ‘het systeem’ is een makkelijke vluchtweg. Dat maakt solidariteit tot een ingewikkeld concept: we vinden dat we solidair moeten zijn, maar soms ook niet.

De worsteling die hieruit ontstaat is ook zichtbaar in organisaties. Bijvoorbeeld in de relatie tussen collectieve organisatiedoelen, groeps- en individuele prestatie-afspraken, in de mate van uniformiteit van handelen richting klanten of in de wijze waarop individuen ‘eerlijk’ worden behandeld. Oplossingen zijn niet eenvoudig. ‘Solidariteit’ lijkt een begrip dat niet makkelijk ‘op papier’ kan worden uitgewerkt. Het is iets wat tussen de oren (moet) zit(ten). Het kan niet worden afgedwongen. Het zit in mensen. En de verleiding is groot om even niet solidair te zijn. Dit fenomeen (onder)kennen (en nadrukkelijk niet ontkennen) en het gesprek erover voeren is van belang voor iedere organisatie.

Solidariteit kan worden gezien als ‘iets van vroeger’. Het kan geassocieerd worden met vakbonden en stakingen. Als een obstakel voor ondernemerschap. Dat ik niet in die lijn denk, mag al blijken uit mijn post over NedCar. Solidariteit kan in mijn ogen juist hét sleutelbegrip voor succes van organisaties zijn. Als het groepsbelang en het individuele belang congruent zijn met elkaar, als een open en eerlijk gesprek plaatsvindt tussen individuen over wat ze willen halen en wat ze willen brengen en als individuen daadwerkelijk bereid zijn te offeren, dan heb je als groep een mooi startpunt.

Eén element voor het oplijnen van individuele- en groepsbelangen wil ik hierbij nog even benoemen. Malcolm Gladwell haalt in The Tipping Point antropologisch onderzoek aan van Robin Dunbar, waaruit blijkt dat de homo sapiens met maximaal 150 individuen een sociale relatie kan onderhouden. Dat is de groep waar je harder voor wilt lopen! De groep waar je solidair mee wilt zijn. Dat gegeven vraagt (grote) organisaties dus iets te doen met groepsgroottes. Inspirerende voorbeelden hierbij zijn onder andere het concept van de celstructuur van Eckart Wintzen (de organisatie groeit in een celstructuur, zodra een cel groter wordt dan 50 medewerkers, splitst deze in twee nieuwe cellen, iedere cel regelt alles zelf, binnen vooraf vastgestelde kaders) of  de principes van Semco (Ricardo Semler). En natuurlijk de MKB-organisaties waar ik binnenkort over zal schrijven!

Advertenties

Enkel berichtnavigatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: