duurzaamsucces

Wat maakt organisaties duurzaam succesvol?

Back to the future

De afgelopen 150 jaar, sinds de Industriële Revolutie, is de wereld om ons heen drastisch veranderd. De mens zelf, onze fysiologie, heeft de afgelopen 150.000 jaar echter amper verandering ondergaan. Ons lichaam is gemaakt voor succes in het verleden. Onze fysiologische ontwikkeling kan onze technologische ontwikkeling niet bijhouden. Zo is de reactietijd van een mens gemiddeld 250 milliseconden. Een eenvoudige computer met een kloksnelheid van drie gigahertz is al snel 750 miljoen keer sneller. We doen ons best de wereld om ons heen te begrijpen. Maar we weten niet meer dan wat het verleden ons heeft geleerd. En we gebruiken dus ook principes uit het verleden. En we verwachten, of hopen, dat deze afdoende zijn…

Ik lees momenteel The Time Paradox van Philip Zimbardo. In dit boek zet Zimbardo de verschillende tijdperspectieven die mensen hanteren (en de implicaties daarvan) uiteen. In dit boek kwam ik een mooie illustratie tegen van de hiervoor genoemde paradox: omgaan met de toekomst met ervaring uit het verleden. Zimbardo vertelt over Abdul, een (fictieve) schoenmaker in 500 BC in Egypte. Abdul verkocht schoenen aan vooral locals, maar soms ook handelaren en marktkooplui die door zijn dorp kwamen. Abdul opende zijn winkel als de eerste zonnestralen de top van een obelisk in het dorp verlichtten; het teken dat reizigers hun weg gingen vervolgen. Als de obelisk geen licht meer ving, sloot Abdul zijn winkel. De klanten van Abdul leefden in ongeveer hetzelfde ritme en als ze iets vroeger waren, dan wachtten ze rustig op Abdul. Een verre afstammeling van Abdul leefde ten tijde van de Industriële Revolutie in Engeland: Edward. Edward was ook schoenmaker. Hij had zijn eigen winkeltje. Maar waar Edward op een goede dag met de hand vijf paar schoenen produceerde, lukte dat een relatief ongeschoolde arbeider in de plaatselijke fabriek in een uur. Edward moest zijn winkel sluiten en ging aan de slag in de fabriek. Vanaf dat moment veranderde zijn tijdperspectief drastisch. De tijd was niet meer van hem. Het geluid van de fabriekstoeter en de kadans van de machines gingen zijn leven bepalen. De toeter bepaalde wanneer Edward uit bed ging, wanneer hij zich moest melden, wanneer hij kon eten en wanneer hij weer kon gaan. Zijn nieuwe zakhorloge en de klokken van de kerktoren hielden hem buiten de fabriek in de maat. Vanaf dat moment was tijd valuta! Edward verkocht geen schoenen meer, maar hij verkocht zijn tijd. Vroeger kon Edward meer schoenen maken als hij extra geld nodig had. Nu niet meer. Edward moest dan overuren zien te draaien. Hoeveel schoenen hij per dag ook maakte, zijn salaris bleef hetzelfde. Efficiency was dan ook niet in het belang van Edward. Toen verscheen Frederick Winslow Taylor op het toneel. Deze grondlegger van het ‘scientific management‘ analyseerde het productieproces en beredeneerde wat de juiste (en ook de verkeerde) manier was om schoenen te maken. Hij identificeerde zo hoe Edward zijn werk zo efficiënt mogelijk kon uitvoeren. Taylor begreep dat tijd geld was en hij werkte eraan dat fabriekseigenaren zoveel mogelijk waar voor hun geld kregen. Daarbij werden arbeiders soms beloond voor het overnemen van zijn principes. Vaak echter werd arbeiders als Edward gewoon opgedragen hoe te werken zonder extra salaris.

Deze illustratie laat zien dat aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid niet eenvoudig is. Edward moest leren werken in de fabriek. En de (organisatie in de) fabriek moest leren omgaan met medewerkers. De werksituatie werd voor Edward niet ideaal. Hij verloor zijn vrijheid. Hij verloor een groot deel van zijn eigen invloed op inkomsten. En hij verloor zijn betrokkenheid bij de uitkomsten. Maar zoals Ridley schetst, was deze stap voor onze beschaving wél een vooruitgang. Schoenen werden veel goedkoper en dus konden meer mensen met degelijk schoeisel rondlopen. En voor Edward gold dat hij nu ook andere producten kon kopen, waarvoor hij eerder de middelen niet had. Alles werd immers goedkoper door industrialisatie.

In de huidige tijd geldt nog altijd het adagium ‘tijd is geld’. In onze (Nederlandse) kennisintensieve economie verkopen mensen vooral hun tijd. En de spanning tussen de inkadering van het individu en de algehele welvaart, zoals hiervoor geschetst, bestaat nog steeds. De vraag is echter of deze inkadering nog altijd constructief is. We zijn inmiddels veel verder met automatisering. De handelingen van Edward zijn niet meer zo relevant voor de kosten van een product, zijn ongrijpbare vaardigheden des te meer. De (Nederlandse) economie is nu vooral kennisintensief. Wat vandaag nieuw is, is morgen alweer gewoongoed. Om voorop de golf te blijven, vraagt de huidige tijd vooral om creativiteit en innovatie. Edward in de fabriek zal dat niet leveren: zijn ondernemerschap heeft hij volledig afgestaan. Zijn handelen is uitgedacht en hij hoeft het alleen maar uit te voeren. Ik geloof echter dat in Edward nog steeds de zelfstandige schoenmaker zit. En volgens mij is het dié Edward die we nú nodig hebben. Edward die weer zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Edward die nadenkt over waarmee hij zelf de grootst mogelijke toegevoegde waarde kan leveren. Die zich niet laat leiden door (door anderen bedachte) taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Er zijn twee struikelblokken om de ‘oude’ Edward terug te krijgen. Ten eerste zijn onze organisaties veelal nog niet klaar voor hem. De beweging is al wel gaande, denk bijvoorbeeld aan een ontwikkeling als Het Nieuwe Werken. Medewerkers krijgen steeds meer ruimte om zelf invulling aan hun taken te geven. Voor organisaties geldt dan wel dat het, om echt resultaat op te leveren, om meer moet gaan dan de mogelijkheid om je werktijden zelf in te delen. Het gaat erom dat medewerkers alle ruimte krijgen om optimaal te presteren. Invulling van werktijden is daar een onderdeel van. Veel belangrijker is het dat managers hun medewerkers coachen en optimaal faciliteren. Dat ze obstakels voor medewerkers wegnemen. Dat ze vertrouwen in medewerkers. Dat ze loslaten. Een flinke uitdaging voor het management dus; zij moeten afbreken wat in meer dan 100 jaar is opgebouwd. Het tweede struikelblok is de medewerker zelf. Ook Edward staat voor een grote uitdaging. Edward moet de zekerheid die zijn functiebeschrijving hem bood loslaten en weer denken vanuit de ‘oude’ Edward. De  zelfstandige schoenmaker, die direct in contact staat met zijn klanten. De zon komt op. De obelisk vangt de eerste zonnestralen. Daarbuiten zijn je klanten en ze willen nieuwe schoenen. Aan jou de mooie taak om uit je shoebox te komen en jezelf opnieuw uit te vinden!

Advertenties

Enkel berichtnavigatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: